
Cinnamon, de engelse vertaling van kaneel, is één van de oudst bekende specerijen. De specerij werd in het Oude Egypte gebruikt voor het balsemen van lichamen en het bestrijden van epidemische ziekten. In het Oude Testament wordt Mozes opgedragen om kaneel te gebruiken voor de zalfolie van het tabernakel. (De plek waar God zich wilde laten dienen, een soort mobiele tempel van het Joodse volk)
Kaneel is door de eeuwen heen beschouwd als een kostbaar goed; in de oudheid was het een waardig geschenk voor koningen en adellijke personen en de handel in kaneel en van specerijen in het algemeen, was al sinds de Romeinse tijd een lucratieve onderneming. Een Romeins pond (350 gram) kaneel was duizend denarii waard, ongeveer 5 kilo zilver.
Specerijenroutes strekten zich uit van Zuid-oost Azië tot het Midden-Oosten. Tussen de 15e en 17e eeuw was kaneel de meestgezochte specerij. De Specerijen-oorlog in die periode ging met name over de heerschappij van de Indonesische specerijen eilanden door Portugal, Spanje, Engeland en Nederland. Tijdens het zoeken naar een directere route naar de zogenaamde Spice Islands ontdekte Christopher Columbus hierbij Amerika.
Kaneel komt van de kaneelboom. Deze altijd groene tropische boom groeit vooral in Sri Lanka (vroeger Ceylon), maar ook op Java, in Brazilië en Egypte. De kaneel uit Sri Lanka wordt over het algemeen als de beste beschouwd.
Kaneel komt van de binnenbast van de takken van de kaneelboom. Van de gesnoeide takken worden dunne repen gesneden en de bast wordt verwijderd. De dunne binnenbast die overblijft rolt zich vanzelf op tijdens het drogen.
Er zijn meerdere varianten van kaneel, waarvan Cinnamomum zeylanicum en Cinnamonum Cassia als de belangrijkste worden beschouwd. Cinnamomum zeylanicum komt van oorsprong van Sri Lanka — Ceylonkaneel — en wordt ook wel gezien als de ‘echte’ kaneel, in tegenstelling tot Cinnamonum Cassia. De beide varianten groeien aan verschillende bomen. Cinnamonum Cassia heeft een wat scherpere en bitterder smaak. In de Verenigde Staten wordt deze variant het meest gebruikt als cinnamon.
Kaneel is een specerij die in vele culturen medicinaal is toegepast. Met name voor het bestrijden van pijnen of ziektes die te maken hebben met kou of griep, maar ook als bestrijder van bacteriën en als conserveermiddel voor voedsel.
Van oudsher is kaneel bekend als smaakmaker in chocola, snoepgoed, koffie, thee, pudding, Franse toast, wijn en allerlei gerechten met appels. Glühwein is niet hetzelfde zonder een kaneelstokje, evenals vele bekende toetjes, zoals vanillevla en rijstpudding. Waar kaneel in de West-Europese wereld vooral gebruikt wordt als smaakmaker van zoete gerechten, is het in India een belangrijk onderdeel van curries, en wordt het over het algemeen verwerkt in pittige gerechten.
In Noorwegen wordt een @ (apestaartje) kanel-bolle genoemd. Het is een spiraalvormig kaneelcakeje.
Colofon | Sitemap | FAQs | Stuur deze pagina door | Client login | © Cinnamon Interactive, info@cinnamon.nl
www.cinnamon.nl